free website hit counter
 
Startpagina Onze Kerk Predikant Preken Verkondiging zondag 22-05-2011
19 | 05 | 2013
Kerkdiensten
zondag, 19 mei 2013, 09:30 u.
TIENERKERK
zondag, 19 mei 2013, 09:30 u.
EERSTE PINKSTERDAG ds. G.J. van Wieren
zondag, 26 mei 2013, 09:30 u.
ds. H. Klein Ikkink, Drachten
zondag, 2 jun 2013, 09:30 u.
ds. G.J. van Wieren
zondag, 2 jun 2013, 09:30 u.
KINDERKERK
Inlogscherm
Verkondiging zondag 22-05-2011 PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door G. van Wieren   
maandag, 23 mei 2011 07:25

Liturgie en verkondiging gehouden op zondag 22 mei 2011

Zingen voor de dienst ELB 144

Mededelingen

Zingen ELB 17

Stilte van voorbereiding

Votum en groet

Gebed

Zingen Tussentijds 76

Schriftlezing Hebr.11: 1-6

Zingen JdH 569

Verkondiging

Zingen Gez. 429: 1 en 3

Collecte

Zingen Apostolische geloofsbelijdenis

Gebed

Zingen Gez. 432

Zegen

Verkondiging

Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie Hem wil naderen moet immers geloven dat Hij bestaat, en wie Hem zoekt zal door Hem worden beloond (Hebreeën 11 vers 6).

Het is een lastige tekst. Vooral het eerste gedeelte:

Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven;

Dat komt hard aan. God heeft geen vreugde in mensen die niet in Hem geloven. Wat zij doen en zeggen, gaat Hem voorbij.

Wat moet je met die uitspraak van de schrijver van Hebreeën tegenover zoveel goede mensen en organisaties.

* Denk aan de stichting DoingGood, waarvoor Hendrik Sije Kamstra en Dieuwerke Brouwer hun huwelijksreis invullen

* Denk aan de stichting Sviatoslav, waarvoor Sietse en Jantsje de Vries en hun kinderen deze zomer hun vakantie invullen.

* Denk aan UNICEF, aan de Clinic Clowns, aan Artsen zonder Grenzen, Warchild.

En zo zijn er veel meer organisaties te noemen. Niet christelijke organisaties die hulp bieden voor de medemens in nood. Mensen die zich inzetten voor de ander omdat ze bewogen zijn met de ander. Met grote en kleine projecten wordt geprobeerd toekomst te geven aan hen die leven bij de dag.

Hongerigen krijgen te eten, dorstigen te drinken, naakten worden gekleed, zieken worden bezocht. Vele ‘werken van barmhartigheid’ worden door niet-christelijke organisaties en niet-christenen gedaan. Volgens de schrijver van Hebreeën beleeft God er geen vreugde aan.

Dat is, zoals gezegd, een harde uitspraak. Moeten we die woorden inderdaad zo lezen? Of hebben ze een andere bedoeling? Ik denk dat we ze toch moeten lezen zoals het er staat. God beleeft er inderdaad geen vreugde aan. Dat wil overigens niet zeggen dat Hij het slechte werken vind. Wat door niet-christelijke organisaties en niet-christenen gedaan wordt, is zeker goed werk. Goed is goed, dat staat los van geloven. Maar God heeft er geen vreugde in. En waarom is dat? Omdat het gedaan wordt zonder Hem.

Daarmee verwijst deze tekst naar het begin van de bijbel; naar het getuigenis over de schepping. God schiep de wereld en de mens. God gaf de mens de opdracht om de aarde te bewonen en te bewaren. Er was een goed samenspel tussen God en mens. God beleefde er vreugde aan. ‘Tof’ staat er bij elke scheppingsdaad van God. God vond zijn schepping tof.

Aan die ‘toffe’ schepping komt een einde door het eigenbelang van de mens. Hij is niet uit op de samenwerking en samenleving met God, maar kiest zijn eigen weg. Daarmee verdwijnt de vreugde van God over zijn schepping. Er komt een breuk in de goede relatie.

Wanneer de mens zich weer tot God keert en leven wil in verbondenheid met Hem, ontstaat er weer vreugde bij God. Een beetje populair gezegd, het wordt weer als vroeger. Dit tot God keren wordt gedaan in geloof. Het geloof in God is de uiting van de her stelde relatie. Je bent immers weer op God gericht en wil weer samenleven met Hem.

Dat geloof in God bestaat uit een twee delen: een menselijk deel en een deel van God. Die twee delen worden met de volgende woorden omschreven:

wie Hem wil naderen moet immers geloven dat Hij bestaat, en wie Hem zoekt zal door Hem worden beloond

Het menselijke deel is het geloof dat God bestaat en dat je Hem moet zoeken. Het deel van God, is dat het zoeken beloond wordt. Die wisselwerking tussen het geloof van de mens en de beloning van God op dat geloof kenmerkt de relatie.

God beleeft vreugde aan de mens die gelooft dat Hij bestaat en naar Hem op zoek is. In de vertaling NBG’51 staat:

…en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.

Die woorden zijn iets duidelijker dan uit de NBV. Het gaat niet om zomaar zoeken, maar ernstig zoeken. Dat is serieus zoeken. Je er niet van afmaken. Want zoeken en zoeken is twee. Dat weten we al sinds het kinderspelletje ‘verstoppertje spelen’. Je hebt verplicht zoeken, dat is zoeken maar je hebt er eigenlijk geen zin in; je maakt je ervan af. En je hebt ernstig zoeken, dat is serieus zoeken. Ik zal het uitleggen aan de hand van een voorbeeld uit mijn eigen leven.

In mijn tijd bij Youth for Christ was ik Bijbelkringleider. Dat wil zeggen dat ik Bijbelstudies voorbereidde en ook gaf. Gemiddeld één keer in de twee weken. Ik vond het leuk werk. Je leerde veel en misschien ligt daar ook wel de kiem voor mijn studie theologie.

Bij Youth for Christ hadden we zomers altijd evangelisatieacties. Het was bij één van die zomeracties dat de toenmalige regioleider tegen mij zei:

Geert, jongen, nu geef jij al een tijdje Bijbelstudie, maar geloof jij zelf wel wat je vertelt?

Een confronterende vraag. Een vraag die ook goed aangeeft wat de tekst uit Hebreeën bedoelt. Je kunt leuk en actief meedoen in de kerk. Je zegt dat je gelooft in God. Maar is het meedoen vanuit je hart (het ernstig zoeken) of is het meedoen omdat het van je verwacht wordt of omdat je het leuk vind of… (het verplicht zoeken).

In dat perspectief zie ik ook het verschil tussen Kaïn en Abel. Beiden geloofden in God. Ze offerden beiden immers. Maar Abel was een ernstig op zoek naar God. Kaïn maakte zich er van af. Hij offerde wel, maar niet vanuit zijn hart. Daarom had God wel vreugde in het offer van Abel, maar niet in die van Kaïn. Anders gezegd, God beloonde het geloof van Abel.

Want dat is de kant van God. God beloont het ernstig zoeken. en hoe God dat zoeken beloont? Dat is aan God. We moeten Hem niet willen voorschrijven hoe Hij belonen moet. Wanneer gezegd wordt dat God beloont, moeten we daarop vertrouwen. Hij beloont de mens die ernstig op zoek is naar Hem.

Ik heb een gemeentelid voor ogen. Haar man is ernstig ziek. Ik weet dat ze elke dag tot God bidden om hulp. Tot op de dag van vandaag is hij nog niet genezen.

Ze vertelde mij dat ze op een dag met iemand tot stond te praten en dat die persoon haar onverwacht een dikke knuffel gaf. En niet één keer, maar verschillende keren. Dat had ze niet verwacht en van deze persoon nog minder. Een knuffel uit meeleven. Soms zegt een gebaar immers meer dan woorden.

Die knuffel heeft haar heel goed gedaan. Het bemoedigde haar in haar situatie. En ik geloof dat dit een beloning is van God. Hij heeft het bidden beloond. Anders dan dit gemeentelid (en wij) misschien dacht(en).

En zo zijn er meer voorbeelden. Een onverwachte arm op je schouder. Een woord op het juiste moment gesproken. Een kaartje in de bus met troostrijke woorden. Het zijn beloningen van God. Je hoort ook wel van mensen die genezen, maar wanneer je je alleen daar op richt zie je de beloningen van God niet meer. Dan schrijf je als het ware voor hoe God moet belonen.

Natuurlijk mag je bidden om genezing in ziekte. Ik geloof dat God dat doen kan. Maar het is God die het ernstig zoeken beloont. En dat kan op andere wijzen zijn dan wij willen/denken. Zoals Jezus het in de Bergrede eens zij: zoekt en je zult vinden.

Tot slot, wat leert Hebreeën 11 vers 6 ons? 1) God heeft vreugde (het doet Hem goed) wanneer de mens met Hem samenleeft. 2) God beloont de mens die in Hem gelooft en ernstig op zoek is naar Hem in zijn leven(somstandigheden).

Amen

Laatst aangepast op vrijdag, 14 september 2012 14:29
 

You have no rights to post comments